In de figuur is een draaiing van 90 °
voorgesteld. Bij de meeste materialen is deze draaiing echter veel
groter, gemiddeld kan men spreken van vijf hele draaiingen per 10
µm stof. Men kan de uitlijning van de moleculen
beïnvloeden door een zeer dunne laag van de stof op te
sluiten tussen twee glazen plaatjes, waarvan het oppervlak op een
bepaalde manier is behandeld.
Etst men bijvoorbeeld op deze
plaatjes een submicroscopisch patroon van evenwijdige lijntjes,
dan zullen de moleculen van een vloeibaarkristallijne stof met
nematische eigenschappen zich tegen de glazen plaatjes in dezelfde
richting gaan uitlijnen als de geëtste lijntjes. Door de
elasticiteit tussen de moleculen onderling zullen alle moleculen
van de stof zich in deze richting uitlijnen. De Brownse beweging
van de moleculen wordt daardoor onderdrukt, er ontstaat een dunne
laag met homogeen uitgelijnde moleculen. Op dezelfde manier kan
men ervoor zorgen dat de moleculen van een dunne laag
cholesterische stof zich over precies 90 °
draaien. Daarvoor is het voldoende de twee glazen plaatjes te
etsen met lijnpatronen die onder een hoek van 90 °
staan. Door de elasticiteit tussen de moleculen onderling zal er
in de laag een homogene draaiing ontstaan tussen 0 en
90 °. Zet men over de geschetste
sandwichconstructie een elektrische spanning, dan stelt men vast
dat naarmate de spanning groter wordt de parallelle uitlijning van
de moleculen van de vloeibaarkristallijne stof verstoord wordt.
Hoe hoger de spanning, hoe groter de hoek die ontstaat tussen de
glasplaatjes en de moleculen. Bij een bepaalde spanning zal de
hoek zelfs gelijk worden aan 90 °. Dit is
voorgesteld in onderstaande figuur.
De spanning moet echter een bepaalde drempel
overschrijden alvorens er van enig effect op de moleculen sprake
is. Dat is logisch, omdat de elektrische veldkrachten die op de
moleculen worden uitgeoefend eerst de elasticiteitskracht tussen
de moleculen onderling en tussen de moleculen en het lijnenpatroon
in de glasplaatjes moet overwinnen. De aanwezigheid van deze
drempel is een belangrijk gegeven, waarvan dankbaar gebruik wordt
gemaakt bij de elektronische aansturing van LCD's.
Er moet nu nog één belangrijk fysisch gegeven
behandeld worden alvorens de werking van liquid crystal display's
duidelijk kan worden en dat is de aard van het licht en de manier
waarop licht zich door tussenstoffen voort plant. Zoals bekend is
licht een elektromagnetisch golfverschijnsel. Dat wil zeggen dat
er afwisselend elektrische en magnetische velden worden opgebouwd.
Deze velden hebben een bepaalde richting en staan loodrecht op
elkaar. In de vrije ruimte zullen deze onderling loodrecht
gerichte velden er voor zorgen dat de golf zich rechtlijnig
voortplant. Het is echter al lang bekend dat de
voortplantingsrichting van een elektromagnetische golf kan
beïnvloed worden door de materie waarin de golf zich beweegt.
Als een lichtgolf invalt in een stof met vloeibaarkristallijne
eigenschappen, dan zal de golf zich alleen kunnen verplaatsen
langs en tussen de lange sigaarvormige moleculen. Zo zal een
cholesterisch opgebouwde sandwich van twee glasplaten, die een
draaiing in de moleculen heeft van 90 ° er voor
zorgen dat het golffront van een er doorheen bewegende lichtstraal
deze draaiing van de lengte-as van de moleculen volgt. Met andere
woorden: ook het golffront van de lichtgolf krijgt een
fasedraaiing van 90 °! Als echter een lichtgolf
door een vloeibaarkristallijne stof wil dringen waarin de
lengte-assen van de sigaarvormige moleculen volledig verstrooid
zijn in alle mogelijke richtingen, dan zal het licht volledig
gedempt worden. De stof is dan niet langer transparant maar wordt
ondoorschijnend.
Dat is de reden waarom men de overgang van de
vloeistofkristallijne naar de vloeistof fase het helderheidspunt
noemt. Bij deze temperatuur zal de stof echt vloeibaar worden, de
moleculen verliezen iedere onderlinge structuur en de lichtgolven
worden door de willekeurig gerichte lengte-assen van de moleculen
volledig in de stof verstrooid.
De glazen plaatjes zijn aan de binnenkant voorzien van
een laag uit siliciumoxide SiO2. In deze laag wordt het
lijnenpatroon geëtst dat zorgt voor het uitlijnen van de
moleculen. Bovendien zorgt deze laag ervoor dat er geen chemische
reactie kan ontstaan tussen de verontreinigingen in het glas en de
vloeibaarkristallijne stof.
Op de laag SiO2 worden de
elektroden opgedampt. Deze bestaan uit een zeer dunne laag goud.
Deze laag is zo dun dat zij volledig transparant is. Op een van de
glazen platen (achterzijde van het LCD) wordt de
gemeenschappelijke elektrode geëtst, de zogenaamde
backplane. De meeste display's beschikken over meer dan een
backplane. In dat geval worden er op de achterste glazen plaat
verschillende elektroden geëtst die op een specifieke manier
met elkaar verbonden worden tot drie of vier groepen. Op de andere
plaat wordt de vorm van de segmenten (alfanumerieke display's) of
de vorm van de pictogrammen geëtst. Alle elektroden worden
door middel van dunne gouden sporen verbonden met de connectoren
aan de randen van het liquid crystal display. Eventueel wordt de
buitenzijde van de glazen plaatjes voorzien van een reflecterende
laag (achterzijde van het LCD) en van een antireflecterende laag
(voorzijde van het display).
Nadat de twee glazen platen op de
juiste afstand van elkaar zijn gebracht en het
vloeibaarkristallijne medium is aangebracht wordt de constructie
luchtdicht afgesloten met een afdichting, meestal een prop indium.
Als het segment wordt aangesloten op een wisselspannning
van voldoende grootte, dan zal de evenwijdige structuur van de
moleculen verbroken worden. Het elektrisch veld veroorzaakt
krachten op de moleculen, het gevolg is dat de stof in een
hydrodynamische turbulentie terecht komt. De nematische ordening van
de moleculen blijft slechts bestaan binnen zeer kleine gebieden
van de stof. Deze gebieden zijn slechts enige
µm2 groot. Door de turbulentie in de stof
zullen deze gebieden wel steeds kleiner en groter worden, waardoor
er steeds andere grensvlakken ontstaan. Het licht zal nu tussen
deze willekeurig gerichte en steeds variërende grensvlakken
volledig verstrooid worden. Het gevolg is dat het segment
niet transparant wordt. Vanwege het steeds wisselende, dus
dynamische, gedrag in de stof worden deze display's ook wel
DSM-LCD's genoemd. Dat letterwoord staat voor 'Dynamic Scattering
Mode', vrij vertaald een methode voor het dynamisch
verstrooiën van de moleculen.
Bij cholesterische of twisted nematische LCD's wordt
gebruik gemaakt van vloeibaarkristallijne stoffen die een
cholesterische zöne hebben. Zoals uit onderstaande figuur blijkt is de
samenstelling in grote lijnen identiek aan deze van de DSM-LCD's.
Te herkennen zijn de twee glazen plaatjes 3 en 6 en de
molecuulstructuur 5 van de cholesterische vloeistofkristallijne
stof. Groot verschil is echter dat de twee glazen plaatjes aan de
buitenzijde voorzien zijn van polarisatoren 2 en 7. Dat zijn
kunststoffolies die tot eigenschap hebben dat zij golfvormen van
slechts één richting doorlaten. Bovendien staan de twee
polarisatoren loodrecht op elkaar. In niet geactiveerde toestand
(linker tekening) zullen de golfvormen die door de bovenste
polarisator doorgelaten worden en allemaal in de lengterichting
van de bovenste moleculen liggen zich langs de wenteltrapstructuur
van de moleculen voortplanten. Het gevolg is dat de golffronten
over 90 ° gedraaid worden en via de onderste
glasplaat en de onderste polarisator het liquid crystal display
weer verlaten. Deze polarisator is immers ook over
90 ° gedraaid ten opzichte van de bovenste!
Als het segment wordt aangesloten op een blokspanning van voldoende
grootte zullen de moleculen als gevolg van de grote spanning zich
allemaal in één lijn gaan opstellen die loodrecht staat
ten opzichte van de glazen plaatjes.
Het gevolg is nu dat de golffronten van het licht zich
langs de moleculen gaan voortbewegen en niet meer gedraaid worden.
Zij worden dus niet doorgelaten door de onderste polarisator. Het
segment wordt niet transparant, er word geen licht doorgelaten.
Dit soort liquid crystal display's gaat door het leven onder
verschillende benamingen:
- de cholesterische LCD;
- de twisted nematische LCD;
- de Schadt-Helfrich LCD;
- de TN-FEM LCD, afkorting van 'Twisted Nematic Field
Effect Mode'.
Maar er is nu uiteraard geen sprake van een gemeenschappelijke anode (CA) of gemeenschappelijke kathode (CC), maar van een backplane. Deze wordt bij alle fabrikanten gecodeerd met de letters 'BP' of 'COM'. Als het aantal cijfers toeneemt zal men in de meeste gevallen werken met verschillende backplanes. Het is dan niet zo dat ieder cijfer een eigen BP heeft, zoals dat wel geldt bij LED-indicatoren (vervang dan uiteraard BP door CA of CC). Deze display's worden altijd gemultiplexed gestuurd, waarbij de verschillende BP's op een zeer ingewikkelde manier samen met de segmenten uit maar enkele lijnen worden aangestuurd.
In de linker figuur wordt de backplane van het LCD aan de massa gelegd. De blokgolf wordt via een complementaire CMOS-eindtrap uit een CD4007 of CD4009 en via een scheidingscondensator aan de voorste elektrode van het LCD aangeboden. De topwaarde van de wisselspanning die aan het LCD wordt aangeboden is gelijk aan de helft van de voedingsspanning van de schakeling. De complementaire eindtrap is noodzakelijk om er zeker van te zijn dat de impedantie van de blokgolf zowel voor 'H' als voor 'L' constant is. Zou dit niet het geval zijn, dan zou de RC-kring die gevormd wordt door de uitgangsimpedantie van de stuurschakeling en de scheidingscondensator twee verschillende tijdconstanten hebben, waardoor er toch nog een gelijkspanningscomponent zou ontstaan. Complementaire CMOS-schakelingen hebben een constante uitgangsimpedantie van ongeveer 400 Ohm en deze schakelingen voldoen dus uitstekend voor dergelijke toepassingen. Het is uiteraard ook mogelijk gebruik te maken van gebufferde NAND- of NOR-poorten uit de CD-serie. De tweede ingang van deze poort kan dan gebruikt worden voor het in- en uitschakelen van het LCD. Omdat condensatoren grote en dure onderdelen zijn kan men natuurlijk veel beter gebruik maken van de rechter schakeling. Zowel de voorste elektrode als de backplane worden gestuurd uit een complementaire eindtrap. Beide schakelingen moeten nu door ten opzichte van elkaar geïnverteerde blokgolven worden gestuurd. Dit systeem is een beetje te vergelijken met de brugbesturing van luidsprekers in laagfrequent versterkers. Door de aansturing in tegenfase van de twee elektroden zal de ene op massapotentiaal staan als de andere op +Ub staat en vice versa. Hoewel op beide elektroden een gelijkspanning van +1/2Ub aanwezig is zal over het LCD dus géén gelijkspanning staan. Over de elektroden staat een wisselspanning waarvan de topwaarde nu gelijk is aan de grootte van de voedingsspanning.
Interessante elektronica links
Klik hier ... Kattenschrikdraad installatie houdt katten in of uit uw tuin
Klik hier ... Boeken voor de elektronicus
Klik hier ... Software voor schema tekenen, print ontwerpen en simulatie
Klik hier ... Goedkope digitale oscilloscopen, via USB aan te sluiten op uw PC
Klik hier ... Goedkope meetapparatuur voor het testen van uw onderdelen
Klik hier ... Draadloze elektronica in uw huis
Klik hier ... Inbraakalarm van Marmitek en KlikAanKlikUit
Klik hier ... Bespaar energie met PowerSafer
Klik hier ... Goedkope dataloggers voor t, RH, CO, V en I
Klik hier ... Educatieve producten voor het basisonderwijs