Vego's geïllustreerde encyclopedie van de elektronica


vorige woord     volgende woord     index van de letter L    algemene index    

LASER-printer

Een printer, waarvan de fundamentele werking berust op het licht dat door een LASER-diode of een array van LASER-dioden wordt uitgestraald. In principe werken de meeste LASER-printers op dezelfde manier als een kopieerapparaat. Het basisprincipe heet 'elektrostatische beeldoverdracht', ook wel eens 'xerografie' genoemd, naar de fabrikant Rank Xerox, die het voor het eerst toepaste.
Bij elektrostatische beeldoverdracht wordt een lichtbeeld overgedragen op papier via de tussenstap van een trommel, die elektrisch geladen wordt en inktstof aantrekt. Dit inktstof wordt 'toner' genoemd.
Het basisprincipe van een laserprinter is getekend in onderstaande figuur.

Hart van het apparaat is de trommel, ook wel 'drum' genoemd. Deze is voorzien van een speciaal lichtgevoelig oppervlak, waarvoor meestal een of andere halfgeleider wordt gebruikt. Vroeger werd hiervoor het nogal giftige selenium gebruikt, tegenwoordig werkt men met amorf silicium. Naast het voordeel van niet-giftigheid is silicium bovendien veel lichtgevoeliger dan selenium. Daarnaast worden ook vaak zogenoemde 'OCP'-drum's gebruikt, hetgeen de afkorting is van 'Organic Photo Conductor', oftewel fotogeleider uit organisch materiaal.
De trommel draait in uurwijzerzin. Beschouw een bepaald punt op het oppervlak van de trommel. Dat punt draait eerst onder de 'Reiniging' door. Hier wordt alle toner van de vorige afdruk, die eventueel nog op de trommel aanwezig is, verwijderd. De reinigingseenheid bestaat meestal uit een soort schraper of een aantal borsteltjes, die het oppervlak van de drum schoonvegen en het oude tonerpoeder afvoeren naar een afvalcontainertje.
Vervolgens draait het beschouwde punt door onder de 'Hoofdlader'. Deze unit bestaat uit een elektrostatische oplader, een zeer dunne strak gespannen metalen draad, die op een zeer hoge gelijkspanning wordt gezet. Deze draad noemt men de 'primaire corona'. De hoge gelijkspanning op deze draad wekt een zeer sterk elektrostatisch veld op, met als gevolg dat het oppervlak van de drum elektrisch wordt opgeladen.
Vervolgens draait het punt door naar de plaats waar de echte actie plaats vindt. De drum wordt getroffen door een zeer fijne straal licht. Bij zeer fijn moet men denken aan een lichtstraaltje met een diameter van een paar duizendsten van een millimeter! Dat licht is afkomstig van de belichtingseenheid. Hiervoor bestaan verschillende systemen. Bij de allereerste generatie LASER-printers kan men stellen dat de dunne lichtbundel afkomstig is van een LASER-eenheid. De dunne lichtstraal wordt via lenzen en beweegbare spiegels op de drum gefocusseerd. De beweegbare spiegels zorgen ervoor dat de lichtstraal uiterst snel de volledige breedte van de drum afscant. De lichtstraal wordt bovendien gelijktijdig gemoduleerd, dat wil zeggen dat de continue lichtstraal wordt omgezet in een opeenvolging van korte lichtflitsjes. Op deze manier wordt de printinformatie, die uiteraard uit logische AAN- en UIT-signalen bestaat, omgezet in lichtpulsen.
Deze lichtpulsen treffen de drum. Nu gebeurt er iets vreemds. Daar waar de lichtpulsen het oppervlak van de drum treffen, zal de door de corona aangebrachte elektrische statische lading 'afvloeien'. Het fysische proces dat hiervoor verantwoordelijk is, is vrij ingewikkeld en er komt zelfs quantummechanica aan te pas om het verschijnsel te verklaren. In het kort komt het er op neer dat de hoogenergetische fotonen, waaruit het licht bestaat, bepaalde eigenschappen van de atomen van de lichtgevoelige laag beïnvloeden. Belangrijk is, dat de door de corona egaal opgeladen drum door de belichting een 'elektrostatisch beeld' krijgt. Het beeld dat later op het papier wordt afgedrukt, is reeds op het oppervlak van de drum aanwezig, maar dan onder de vorm van elektrische ladingsverdelingen.
De drum draait verder in uurwijzerzin, het beschouwde punt komt nu bij de magnetische rol. Deze zorgt ervoor dat het tonerpoeder zich hecht op die delen van de drum die ontladen zijn door de LASER-straal. Het tonerpoeder wordt eerst opgeladen tot hetzelfde elektrisch potentiaal als de drum. De magnetische rol brengt een zeer dunne laag van dit opgeladen poeder in de nabijheid van de drum. Daar waar de drum ontladen is, ontstaat een elektrostatisch veld tussen de ontladen delen van de drum en het elektrisch geladen tonerpoeder. Het poeder wordt aangetrokken door de ontladen delen van de drum, springt van de magnetische rol naar de drum en hecht zich op die plaatsen die ontladen zijn. In deze fase van het proces wordt het elektrostatische beeld op de drum dus omgezet in een beeld dat bestaat uit los tonerpoeder.
Ondertussen is het papier aangevoerd. Dat papier beweegt met dezelfde snelheid als de omtreksnelheid van de drum. De bedoeling is nu dat het aan de drum hechtende tonerpoeder wordt overgedragen op het papier. Ook dat gebeurt elektrostatisch. In de 'Transfer-eenheid' wordt het papier elektrisch opgeladen en wel met een tegengestelde polariteit als de drum. In die eenheid is dus een tweede coronadraad aanwezig, die ook op een hoge gelijkspanning staat, maar van tegengestelde polariteit als de spanning waarmee de drum werd opgeladen. Het papier wordt nu in de nabijheid van de drum gebracht. De elektrostatisch lading op het papier zorgt er nu voor dat het losse op de drum aanwezige tonerpoeder van de drum wordt losgerukt en op het papier terecht komt.
Het tonerpoeder is nu weliswaar op het papier aanwezig, maar nog steeds onder de vorm van een losse laag, die er zo vanaf gestreken kan worden. In de laatste fase van het proces wordt dit losse poeder op het papier gefixeerd. Dat gebeurt in de 'Fixeereenheid'. Het papier wordt tussen twee rubber rollen gevoerd, die door middel van een lamp opgewarmd zijn tot een temperatuur van ongeveer 150 °C. Het losse tonerpoeder wordt hierdoor als het ware gesmolten en hecht zich vast op het papier. Het opgewarmde papier gaat nu naar de opvangbak.

Het tonerpoeder bestaat uit een zeer fijne menging van 50 % ijzeroxide, 35 % hars, 10 % verfpigmenten en 5 % additieven. Het ijzeroxide is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het poeder goed aan de magnetische verdeelrol blijft kleven en gemakkelijk van deze rol naar de ongeladen delen van de drum springt. Het hars is verantwoordelijk voor het insmelten van de toner op het papier. De additieven bevatten onder andere zeer fijne deeltjes van een harde ceramische stof. Deze deeltjes worden gebruikt om het fotogevoelig oppervlak van de drum schoon te schuren, zodat papierdeeltjes die er blijven aan kleven binnen de kortste keren worden weg geschuurd. Iedere fabrikant gebruikt een eigen mengverhouding, waarbij tegenwoordig bovendien nog eens een onderscheid wordt gemaakt tussen normale toner en zogenoemde 'microtoner'. Dit laatste poeder moet, althans volgens de fabrikanten, gebruikt worden bij laserprinters die een hoge resolutie hebben (800 dpi of meer). Het zou de kwaliteit van de afdruk aanzienlijk verbeteren. In de dagelijkse praktijk blijkt echter dat er nauwelijks een verschil in afdrukkwaliteit valt op te merken tussen gewone goedkope toner en de dure microtoner.

In de figuur werd als belichtingsbron een LASER ingetekend. Nu zijn er echter in de loop der jaren vier belichtingssystemen ontwikkeld, waarvan er twee in feite helemaal niets te maken hebben met LASER's. Desondanks worden ook printers die met deze systemen werken LASER-printers genoemd! De vier systemen op een rijtje:
- de polygoon scan techniek;
- het LED-array;
- het LCD-array;
- de tonerjet-techniek.

Bij de polygoon scan techniek wordt met een LASER-bron gewerkt. Het principe van deze belichtingstechniek is getekend in onderstaande figuur.

Hart van het systeem is een He-Ne LASER met een vermogen van een paar mW. Deze zendt een continue zeer dunne (2/100 mm) lichtbundel uit, die eerst via een convergentielens nog meer wordt gebundeld. Nadien volgt de lichtmodulator. Hier wordt de elektronische informatie, afkomstig van de computer, omgezet in een pulserende lichtstraal. Via een heel ingewikkeld systeem van lenzen en spiegels belandt de met gegevens gemoduleerde lichtstraal uiteindelijk op de polygoon spiegel. Dit is het belangrijkste onderdeel van het optisch systeem. Zoals de naam reeds doet vermoeden, bestaat deze spiegel uit segmenten, in de meeste gevallen uit zes. De spiegel draait heel snel rond, toerentallen van 7.600 omwentelingen per minuut zijn geen uitzondering. De LASER-straal valt in op de segmenten van deze spiegel en zal natuurlijk worden teruggekaatst, volgens de eenvoudige optische wet die zegt dat de invalshoek gelijk is aan de weerkaatsingshoek. Doordat de spiegel draait zal de weerkaatsingshoek echter lineair variëren.
Het gevolg is dat de LASER-straal een heen-en-weer gaande beweging gaat uitvoeren. Op deze manier zal de straal lijn na lijn van de draaiende drum gaan scannen en de optische gegevens omzetten in een ladingsbeeld op de trommel. Het oppervlak van de trommel is in de tekening vlak voorgesteld, maar in realiteit is dit oppervlak natuurlijk gebogen. De door de polygoon spiegel teruggekaatste lichtstraal doorloopt nog eens een heleboel spiegels en lenzen alvorens terecht te komen op het oppervlak van de drum.
Een belangrijk onderdeel van het systeem is de foto-ontvanger. Deze detecteert het begin van iedere lijnscan, zodat het systeem weet wanneer de belichtingseenheid begint met het scannen van een nieuwe lijn van de drum. Om een acceptabele printsnelheid te verkrijgen duurt het belichten van één punt op de trommel slechts ongeveer 1/13.000.000 seconde.

Tegenwoordig kan men een LASER-bron maken onder de vorm van een klein elektronisch onderdeel, een zogenoemde LASER-diode. Zo'n diode hoeft niet groter te zijn dan een/honderdste van een millimeter en het is technologisch niet zo'n probleem om duizenden van deze dioden keurig naast elkaar op een drager aan te brengen. Zo'n constructie noemt men een 'array' en een dergelijk array, opgebouwd uit bijvoorbeeld 2.500 LASER-dioden, kan het gehele ingewikkelde optische systeem van de polygoon scan techniek vervangen! In onderstaande figuur is het wel zeer eenvoudige principe van de LASER-array belichtingstechniek geschetst.

Een of meerdere LASER-array's worden vlak boven de drum aangebracht. De duizenden LASER-dioden worden nu individueel aangestuurd, zodat in één keer een volledige beeldlijn op de drum wordt belicht. Op deze manier is men in staat uiterst compacte en goedkope laserprinters te fabriceren met een resolutie van 300 dpi. Het zal duidelijk zijn dat de aansturingselektronica in een dergelijke printer vrij complex is. Maar elektronica is tegenwoordig zeer goedkoop te maken en de prijs van een dergelijk systeem valt in het niet als men het vergelijkt met de prijs van het zeer ingewikkelde mechanische systeem dat de polygoon-techniek nodig heeft. Bovendien zijn deze array-printers natuurlijk veel betrouwbaarder, omdat zij veel minder bewegende onderdelen bevatten.

Interessante elektronica links
Klik hier ... Kattenschrikdraad installatie houdt katten in of uit uw tuin
Klik hier ... Boeken voor de elektronicus
Klik hier ... Software voor schema tekenen, print ontwerpen en simulatie
Klik hier ... Goedkope digitale oscilloscopen, via USB aan te sluiten op uw PC
Klik hier ... Goedkope meetapparatuur voor het testen van uw onderdelen
Klik hier ... Draadloze elektronica in uw huis
Klik hier ... Inbraakalarm van Marmitek en KlikAanKlikUit
Klik hier ... Bespaar energie met PowerSafer
Klik hier ... Goedkope dataloggers voor t, RH, CO, V en I
Klik hier ... Educatieve producten voor het basisonderwijs