Eerst wordt de bandbreedte van de signalen L en R door middel van zeer scherpe filters begrensd tot 15 kHz aan de hoge kant en tot 30 Hz aan de lage kant. Dat is noodzakelijk omdat anders de bandbreedte van het volledig gemoduleerde signaal veel te groot zou worden. In de modulator worden nadien de originele geluidsignalen L en R omgezet in twee hulpsignalen, die gelijk zijn aan (L-R) en aan (L+R), zie onderstaande figuur. Het somsignaal (L+R) ontstaat door het linker en rechter signaal algebraïsch bij elkaar op te tellen. Daarvoor kan een eenvoudige mengschakeling gebruikt worden.
Het verschilsignaal
(L-R) ontstaat door eerst één van de signalen
180 ° in fase te draaien en dit signaal nadien op
dezelfde manier bij het andere op te tellen. Het
frequentiespectrum van het volledige modulatiesignaal is
voorgesteld in onderstaande figuur. Het (L-R) signaal wordt in amplitude
gemoduleerd op een draaggolf met een frequentie van 38 kHz. Er
ontstaan dan twee zijbanden die symmetrisch liggen rond de
draaggolf. Dat is een algemene eigenschap van amplitude modulatie.
Nadien gaat dit AM-signaal door een zeer smalbandig bandsper
filter dat afgestemd is op 38 kHz. Dit filter verwijdert de
draaggolf uit het gemoduleerde signaal. Er blijven dus alleen de
twee (L-R) zijbanden over. Waarom dat noodzakelijk is, is niet zo
eenvoudig te verklaren. Het heeft iets te maken met het
uitsturingsbereik van de zender. De twee zijbanden bestrijken
frequentiegebieden van respectievelijk 23 kHz tot 37,97 kHz en
van 38,03 kHz tot 53 kHz. Uit deze cijfers blijkt duidelijk hoe
steil het bandsper filter moet zijn!
Het somsignaal (L+R) en het verschilsignaal (L-R)
ontstaan door mengen en aftrekken van beide stereosignalen L en
R. De twee zijbanden worden opgeteld bij het somsignaal (L+R). Dat
bestrijkt het frequentiespectrum van 30 Hz tot 15 kHz.
Tussen beide signalen is dus een 'gat' in het frequentiespectrum
aanwezig dat zich uitstrekt van 15 kHz tot 23 kHz.
Tot slot wordt er in het genoemde 'gat' nog een sinusoidaal signaaltje met een
frequentie van 19 kHz geplaatst. De frequentie van dit signaal is
de helft van de frequentie van de onderdrukte draaggolf van 38
kHz. Dit signaal is in de stereodemodulator noodzakelijk voor het
herwinnen van de draaggolf. Dit 19 kHz signaal noemt men de
piloottoon. Behalve voor het herwinnen van de draaggolf wordt dit
signaaltje ook nog gebruikt om de gebruiker te melden dat er een
stereogemoduleerd signaal wordt ontvangen.
De vier signalen, te weten:
- het (L+R)-signaal;
- de piloottoon van 19 kHz;
- de onderste zijband van het (L-R)- signaal;
- de bovenste zijband van het (L-R)-signaal;
worden met elkaar gemengd en in frequentie gemoduleerd
op een HF-draaggolf. Dit volledige signaal wordt ook wel eens het
multiplex-signaal, afgekort tot Mx, genoemd.
Het volledige stereo-signaal heeft dus een bandbreedte van 30 Hz tot 53 kHz en is daarmee heel wat breedbandiger dan een normaal monosignaal! Vandaar dat er aan de ontvangstzijde heel hoge eisen worden gesteld aan de bandbreedte van de middenfrequentversterker.
Interessante elektronica links
Klik hier ... Kattenschrikdraad installatie houdt katten in of uit uw tuin
Klik hier ... Boeken voor de elektronicus
Klik hier ... Software voor schema tekenen, print ontwerpen en simulatie
Klik hier ... Goedkope digitale oscilloscopen, via USB aan te sluiten op uw PC
Klik hier ... Goedkope meetapparatuur voor het testen van uw onderdelen
Klik hier ... Draadloze elektronica in uw huis
Klik hier ... Inbraakalarm van Marmitek en KlikAanKlikUit
Klik hier ... Bespaar energie met PowerSafer
Klik hier ... Goedkope dataloggers voor t, RH, CO, V en I
Klik hier ... Educatieve producten voor het basisonderwijs