elektronica 1 x 3.000 W dimmer voor theater-spot's


LEUKE, HANDIGE, NUTTIGE EN GOEDKOPE ELEKTRONICA PRODUCTEN VAN VEGO
klik hier voor compleet overzicht

- Maximaal vermogen van 3,0 kW
- Stuurspanning 0 V tot +10 V
- Geen minimale belasting noodzakelijk
- Gelineariseerde lichtopbrengst (S-curve compensatie)
- Uitgebreide professionele ontstoring

INLEIDING
Hoewel deze dimmer in grote lijnen volgens de in de inleiding beschreven principes werkt, zijn er enige verfijningen aangebracht die een afzonderlijk bespreking van het blokschema rechtvaardigen. Het blokschema van deze dimmer is getekend in onderstaande figuur.


Figuur 1: Het blokschema.

Het primaire circuit is identiek aan het beschreven algemeen principe en bevat dus een hulpvoeding, de twee LC-filters, de spot, de triac, de ontsteek-schakeling en de optische koppelaar.
Het secundaire besturings-systeem vertoont echter enige fundamentele verschillen. Bij deze dimmer wordt namelijk de sync- puls, die de nuldoorgang van de netspanning aan de rest van de schakeling doorgeeft, rechtstreeks uit de gelijkgerichte trafo-spanning afgeleid. Dit systeem werkt uitstekend, maar gaat er wel van uit dat de netspanning niet verontreinigd is met grote stoorpieken. Zou er namelijk rond de nuldoorgang van de net-sinus een grote negatieve of positieve piek voorkomen, dan zou een eenvoudige nuldoorgangs-detector deze storing als nuldoorgang kunnen interpreteren en een extra sync-puls opwekken.
De sync-puls stuurt echter de zaagtand die verantwoordelijk is voor de fase-aansnij besturing van de triac. Het zal duidelijk zijn dat een extra sync-puls dit systeem in de war brengt, wat zich kan uiten in een korte lichtflits van een gedimde spot.
Nu bestaat de kans op het aanwezig zijn van zo'n grote stoorpieken in feite alleen maar als het net door zeer grote piekstromen belast wordt. Bij het besturen van enige zware volgspots kan zo'n situatie zich voordoen en vandaar dat er bij deze dimmer een storings-onderdrukker is ingebouwd. Uit de secundaire spanning van de trafo van de hoofd-voeding wordt een 50 Hz sinus afgetakt en deze wordt aan een filter aangeboden. Dit filter is een actief laagdoorlaat filter van de tweede orde met een afsnij-frequentie van ongeveer 100 Hz. Dit filter zal alle hoge harmonischen op het 50 Hz signaal verzwakken en er bovendien voor zorgen dat eventueel op het net aanwezige scherpe, korte stoorpieken worden afgerond. Daardoor is de kans dat de nuldoorgangsdetector op een stoorpuls reageert veel kleiner.
Het nadeel van dit filter is echter dat er een fase-verschuiving ontstaat tussen de in- en de uitgang.
Een fase-verschuiving is wel het laatste dat in een systeem dat per definitie synchroon met de netspanning moet werken, kan gebruikt worden! Vandaar dat het filter wordt uitgebreid met een tweede fase-verschuivend netwerkje, dat de fase-verschuiving van het filter compenseert. Technisch is het ontwerpen van zo'n netwerk geen enkel probleem. Het enige nadeel is dat men een oscilloscoop nodig heeft om de compensatie fase-verschuiving precies gelijk te maken aan de fase-verschuiving van het filter. Waaruit dus onmiddellijk de consequentie volgt dat deze schakeling niet is na te bouwen als men niet de beschikking over een scoop heeft!
Er wordt geen gebruik gemaakt van een lineaire zaagtand voor het besturen van de openingshoek van de triac. Zoals in de inleiding reeds is verklaard wordt een 'gemodificeerde zaagtand' gebruikt, waardoor er een min of meer lineair verband ontstaat tussen de verdraaiingshoek van de regel-potentiometer op het regelpaneel en de intensiteit van de spot. Het niet-lineaire gedrag van halogeen-lampen stijgt namelijk met het vermogen en het is voor de bedienings-vriendelijkheid van de schakeling zonder meer noodzakelijk deze voorziening in te bouwen.

HET PRIMAIRE CIRCUIT
Men herkent in het praktische schema van het primaire circuit, getekend in onderstaande figuur, de basis-opzet van iedere professionele licht-dimmer. Natuurlijk zijn de onderdelen aangepast aan het veel grotere vermogen. Ook nu worden ontstoor-spoelen van het Zwitserse fabrikaat Schaffner toegepast, die werken met een verzadigbare kern. Hoewel de toegepaste RI415 spoelen vrij duur zijn, wordt toch dringend geadviseerd deze onderdelen toe te passen. Zeker bij deze grote vermogens is het van het allergrootste belang dat de schakeling voldoet aan de ontstoring-normen! Slechte ontstoring van grote vermogen dimmers kan tot grote problemen leiden als men bijvoorbeeld op hetzelfde net een muziekinstallatie moet aansluiten. De kans is groot dat er een niet weg te werken ratel in het geluid ontstaat. Omdat de inductiviteit van deze spoelen lager is dan deze (RI403PC) gebruikt in de 3 x 650 W dimmer, moet de waarde van de condensatoren worden vergroot. Vandaar dat men twee condensator-banken van ieder 3 x 100 nF, 630 V aantreft.


Figuur 2: Het primaire circuit.

Voor de triac wordt een Texas Instruments type TIC263D gebruikt. Deze triac's kunnen 25 A schakelen, terwijl de piek-capaciteit een factor 5 hoger ligt. Omdat deze onderdelen met een flinke gate-stroom gestuurd moeten worden, is de ontsteek-schakeling met een extra trap uitgebreid. Tussen de foto-transistor van de optische koppelaar en de gate van de triac is een darlington-schakeling opgenomen, opgebouwd uit twee emitter-volgers T1 en T2. De 50 mA ontsteek-stroom voor de triac wordt afgeleid uit een eigen voeding, samengesteld uit een 9 V trafo, een bruggelijkrichter en een afvlak-elco.

Interessante elektronica links
Klik hier ... Kattenschrikdraad installatie houdt katten in of uit uw tuin
Klik hier ... Boeken voor de elektronicus
Klik hier ... Software voor schema tekenen, print ontwerpen en simulatie
Klik hier ... Goedkope digitale oscilloscopen, via USB aan te sluiten op uw PC
Klik hier ... Goedkope meetapparatuur voor het testen van uw onderdelen
Klik hier ... Draadloze elektronica in uw huis
Klik hier ... Inbraakalarm van Marmitek en KlikAanKlikUit
Klik hier ... Bespaar energie met PowerSafer

DE HOOFDVOEDING EN HET FILTER
Omdat deze beide blokken alles met elkaar te maken hebben worden zij gezamenlijk voorgesteld in het schema van onderstaande figuur. De symmetrische voedingsspanningen van +15 V en -15 V worden op de gebruikelijke manier uit een 2 x 15 V trafo afgeleid. De spanning van de bovenste secundaire wikkeling van de trafo wordt echter via een resistieve spanningsdeler R5/R6 omgezet in een 50 Hz sinus-signaal van ongeveer 10 V. Het is dit signaal dat de basis vormt voor het genereren van de sync-puls en de gemodificeerde zaagtand.


Figuur 3: De hoofdvoeding en het filter.

Het actieve laagdoorlaat filter is samengesteld uit de operationele versterker IC4 en de onderdelen R10, R11, R12, R13, C19 en C20. In deze schakeling herkent men de klassieke opbouw van een laagdoorlaat filter van de tweede orde met een steilheid van 12 dB per octaaf.
Zoals reeds opgemerkt introduceert dit filter echter een fase-verschuiving tussen de spanning op de ingang en de spanning op de uitgang. De enige manier om dit verschijnsel op te heffen is het tussenschakelen van een tweede fase-verschuivend netwerk, dat een even grote maar tegengestelde fase-draaiing opwekt. Men kan daarvoor enige gewone RC-netwerken gebruiken, die immers afhankelijk van de frequentie en de waarde van de onderdelen fase-verschuivingen tussen 0 en 90 graden introduceren. In het schema herkent men deze twee RC-netwerken in de onderdelen R7, R8, C17 en C18. De faseverschuiving is exact op de gewenste waarde in te stellen door het verdraaien van de loper van R8.
Tussen de spanning op test-punt TP1, de ongefilterde 50 Hz spanning, en de spanning op test-punt TP2, de gefilterde netspanning moet dus een faseverschuiving van 0 graden ontstaat en dit is het gemakkelijkst te controleren door beide signalen aan te sluiten op een ingang van een twee-kanaals oscilloscoop. Maar men zou natuurlijk net zo goed met een eenkanaals apparaat kunnen werken, dit in de X/Y-modus schakelen en afregelen aan de hand van de vorm van de Lissajous-figuur op het scherm.

DE PULSVORMER
Bij de 3 x 650 W dimmer wordt de sync-puls, die de nuldoorgang van de netspanning detecteert, afgeleid uit de gelijkgerichte maar nog niet afgevlakte secundaire trafo-spanning. Dat gaat met ten eenvoudig transistor-trapje. Nu echter staat een mooie sinus ter beschikking, die zowel positief als negatief kan zijn ten opzichte van de nul. Het is dus niet mogelijk met het in sper of geleiding sturen van een eenvoudige transistortrap daar een mooie nuldoorgangs-puls uit af te leiden. De schakeling rond operationele versterker IC5 (zie onderstaande figuur) staat bekend als 'venster-discriminator' en deze schakeling is in staat te controleren of een spanning op de ingang binnen of buiten een 'venster', een spannings-gebied valt. De twee waarden die het venster definiëren worden opgewekt door een klein stroompje door twee silicium-dioden D10 en D11 te sturen. Het knooppunt van beide dioden ligt aan de massa, de positieve ingang van de op-amp wordt dus ingesteld op een spanning van ongeveer +0,65 V, de negatieve op een spanning van ongeveer -0,65 V.


Figuur 4: De nuldoorgang detector.

Het ingangssignaal, de gefilterde 50 Hz sinus, wordt via twee even grote weerstanden aan beide ingangen van de op-amp aangeboden. Als de sinus door de nul gaat, staan de twee ingangen op de diode-spanningen. De positieve ingang is dus positiever dan de negatieve en de op-amp loopt vast tegen de positieve voeding. Men kan nu berekenen dat, als de sinus positief of negatief wordt, de spanning op de positieve ingang op een bepaald moment kleiner wordt dan de spanning op de negatieve ingang. Een en ander is afhankelijk van de juiste verhouding tussen de weerstanden R14 en R16 enerzijds en de weerstanden R15 en R17 anderzijds. Op dat moment gaat de uitgang van de op-amp vastlopen tegen de negatieve voeding. Of beter gezegd, had zou dat willen doen, maar de diode D12 gaat dan geleiden en de spanning op de uitgang van de schakeling wordt begrensd op ongeveer -0,65 V.
Op test-punt TP3 ontstaat dus een nuldoorgang-puls, die gelijk is aan +15 V rond de nuldoorgang van het net en voor de rest ongeveer 0 V is.
De gemodificeerde zaagtandgenerator bestaat ook nu uit een stroombron, een condensator die door deze stroombron wordt opgeladen en een over de condensator geschakelde ontlaad-transistor. Het enige verschil is dat de stroombron nu geen constante stroom levert, maar een die volgens een exponentiële wet stijgt. De spanning over de condensator zal dus hetzelfde verloop kennen: in het begin zal de spanning per tijdseenheid langzaam toenemen en naarmate de spanning groter wordt zal ook de spanningsstijging per tijdseenheid stijgen. Het verloop van de spanning over de condensator is enigszins te vergelijken met de stroom/spanning karakteristiek van een silicium-diode. Het zou te ver gaan de werking van deze exponentiële stroombron tot in de details te beschrijven. In het kort komt het er op neer dat transistor T4 de stroombron is, die gestuurd wordt door transistor T3. Deze staat met zijn basis-emitter overgang over de condensator geschakeld en het zal dus logisch zijn dat deze halfgeleider meer gaan geleiden naarmate de condensator oplaadt. Door het in geleiding komen van T3 wordt echter de basis van T4 negatiever. Het spanningsverschil tussen basis en emitter van T4 wordt groter en dus gaat deze transistor steeds meer geleiden. De laadstroom neemt toe. Beide effecten werken versterkend op elkaar en het gevolg is dat de stroom steeds sneller en sneller gaat stijgen.
Op een bepaald moment is echter de spanning over de condensator C21 zo groot geworden dat er nauwelijks spanning overblijft om transistor T4 te laten werken. Dit onderdeel moet het immers stellen met het spanningsverschil tussen de +15 V voeding en de spanning over de condensator. Het gevolg is dat de stroomstijging bij een condensator-spanning van ongeveer +8 V weer gaat afnemen en het spanningsverloop over de condensator in functie van de tijd weer platter gaat verlopen. De spanning die op test-punt TP4 gemeten kan worden voldoet dus precies aan wat gesteld werd in het inleidende verhaal. Het is nu weer een fluitje van een cent om de vorm van deze spanning te inverteren en een offset in te bouwen, zodat de geïnverteerde spanning niet tussen 0 V en -12 V verloopt, maar tussen +12 V en 0 V.
Beide opdrachten worden uitgevoerd door de als inverterende versterker geschakelde operationele versterker IC6. De vorm van de gemodificeerde zaagtand kan worden ingesteld met potentiometer R20, de grenzen van de geïnverteerde spanning worden afgeregeld met R25.
De basis van de ontlaad-transistor wordt gestuurd uit de sync-puls. Tussen de basis en de massa van T5 staat een condensator C22. Deze zorgt ervoor dat de transistor iets vertraagd in geleiding komt, waardoor het ontladen van de condensator precies in het midden van de sync-puls plaats vindt.

DE COMPARATOR EN DE OPTISCHE STURING
De comparator, die de gemodificeerde zaagtand vergelijkt met de stuur-spanning tussen 0 en +10 V en uit deze vergelijking een puls afleidt waarvan de breedte een maat is voor de grootte van de stuur-spanning is getekend in onderstaande figuur. Deze schakeling en de daarop volgende sturing van de LED in de optische koppelaar zijn volledig identiek aan deze gebruikt in de 3 x 650 W dimmer-print.


Figuur 5: De comparator.

WEERSTANDEN
R1 220 Ohm 1/2 W koolweerstand, 5 % R2 1 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R3 10 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R4 10 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R5 2,7 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R6 4,7 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R7 4,7 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R8 22 kOhm instelpotmeter, PT-15-NH
R9 220 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R10 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R11 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R12 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R13 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R14 1 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R15 1 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R16 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R17 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R18 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R19 27 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R20 10 kOhm instelpotmeter, PT-15-NH
R21 1 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R22 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R23 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R24 10 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R25 10 kOhm instelpotmeter, PT-15-NH R26 2,2 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R27 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R28 22 kOhm instelpotmeter, PT-15_NH
R29 47 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R30 47 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R31 5,6 MOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R32 2,2 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R33 47 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R34 470 Ohm 1/4 W koolweerstand, 5 %
CONDENSATOREN
C1 100 nF 630 V, WIMA MKS-4 C2 100 nF 630 V, WIMA MKS-4
C3 100 nF 630 V, WIMA MKS-4 C4 100 nF 630 V, WIMA MKS-4
C5 100 nF 630 V, WIMA MKS-4 C6 100 nF 630 V, WIMA MKS-4
C7 2,2 nF 630 V, WIMA MKS-4 C8 2,2 nF 630 V, WIMA MKS-4
C9 100 nF MKH C10 2.200 µF 35 V print-elco
C11 1000 µF 35 V print-elco C12 1000 µF 35 V print-elco
C13 100 µF 25 V print-elco C14 100 µF 25 V print-elco
C15 100 nF MKH C16 100 nF MKH
C17 100 nF MKH C18 22 nF MKH
C19 33 nF MKH C20 22 nF MKH
C21 470 nF MKH C22 150 nF MKH
HALFGELEIDERS
D1 TIC263D triac, 25 A D2 1N4004 universele silicium diode
D3 1N4004 universele silicium diode D4 1N4004 universele silicium diode
D5 1N4004 universele silicium diode D6 1N4004 universele silicium diode
D7 1N4004 universele silicium diode D8 1N4004 universele silicium diode
D9 1N4004 universele silicium diode D10 1N4148 universele silicium diode
D11 1N4148 universele silicium diode D12 1N4148 universele silicium diode
D13 1N4148 universele silicium diode D14 1N4148 universele silicium diode
T1 BC140, BC141 universele NPN-transistor T2 BC107 universele NPN-transistor
T3 BC107 universele NPN-transistor T4 BC177 universele PNP-transistor
T5 C107 universele NPN-transistor T6 BC107 universele NPN-transistor
T7 BC107 universele NPN-transistor IC1 CNY75B optische koppelaar
IC2 7815 +15 V stabilisator IC3 7915 -15 V stabilisator
IC4 741 op-amp, mini-DIL IC5 741 op-amp, mini-DIL
IC6 741 op-amp, mini-DIL IC7 741 op-amp, mini-DIL
DIVERSEN
Tr1 trafo 9 V, 250 mA, print Tr2 trafo 2 x 15 V, 2 x 100 mA, print
L1 RI415 ontstorspoel, Schaffner L2 RI415 ontstoorspoel, Schaffner
1 zekering 315 mA 1 zekeringhouder print
2 printkroonsteentje drie-polig, raster 10 mm 1 koelprofiel V5511, Assmann
1 koelsterretje 105260, Assmann 2 koelprofiel 105640/SE, Assmann
1 IC-voetje 6 pennen 4 IC-voetje 8 pennen
10 soldeerlipje 3 mm - - -

DE BOUW VAN DE DIMMER
De 3.500 W dimmer is ondergebracht op een forse print van 125 mm x 220 mm. De bouw volgt uit de componenten-opstelling van onderstaande figuur. Er zijn echter een aantal zaken waarop men moet letten.


Figuur 6: De componentenopstelling.

De ontstoorspoelen van het type RI415 zijn door de fabrikant niet als print-uitvoering in de handel gebracht. De twee aansluitingen worden naar buiten gebracht onder de vorm van 25 cm lange, 2 mm dikke koperdraden. Op de onderzijde bevinden zich twee met M4 schroefdraad getapte bevestigingspunten. In dit ontwerp is het de bedoeling dat deze onderdelen wel als print-uitvoering worden behandeld. Het volstaat de aansluitdraden op 5 mm van het huis af te knippen, de isolatie te verwijderen, de laklaag van de koperdraad af te krassen en het geheel als ware het een onderdeel met printpennen in de print te solderen.
De triac heeft behoorlijk wat thermisch vermogen te verwerken en het is dus noodzakelijk een grote koelplaat toe te passen. In het proto-type werd gebruik gemaakt van een 75 mm lang koelprofiel van het type V5511 van Assmann. Dit profiel heeft ten breedte van 88 mm en een hoogte van 25 mm en heeft een thermische constante van 2,2 graad Celsius per Watt. Het is de bedoeling dat in het grondvlak van dit profiel twee met M-4 draad getapte gaatjes worden gemaakt, waarmee men het profiel loodrecht op de print kan vastschroeven. Deze gaatjes staan precies 40 mm van elkaar en liggen uiteraard symmetrisch ten opzichte van de lengte-as van het profiel. Daarnaast komt er nog een 4 mm gaatje in het middenvlak van het profiel (aan de kant van de getapte gaatjes) voor het bevestigen van de triac. Dit gat zit op 22 mm van de rand die op de print komt te rusten.
De BC140 (T1) moet voorzien worden van een klein koelsterretje en plat op de print bevestigd. Door Assmann wordt zo'n koelsterretje geleverd dat voorzien is van een met M-3 draad getapt gaatje. Dit koelsterretje heeft type-nummer 105260 en kan op de print worden vastgeschroefd.
De twee stabilisatoren van de hoofd-voeding worden bevestigd op U-vormige rechtop staande koelplaatjes van het type 105640/SE, eveneens van Assmann.
De drie aansluitingen voor het net en de drie aansluitingen voor de spot(s) worden uitgevoerd met forse aan de stroom aangepaste printkroonsteentjes. Hierbij is een belangrijke, ja zelfs levensbelangrijke opmerking op zijn plaats. Alle spots hebben drie-aderige aansluitkabels met fase, nul en aarde. De smalle printbaan tussen de massa-aansluiting van het net en de massa-aansluiting van de spot voldoet natuurlijk aan geen enkel voorschrift wat betreft goede aarding van apparatuur. Wil men deze aansluitingen van de printkroonsteentjes toch gebruiken om de spot te aarden, dan moet men een dikke messing strip van minstens 4 mm rechtstreeks tussen de soldeerpennetjes van de aardings-contacten van beide kroonsteentjes solderen. Men boort in de strip gaatjes op een onderlinge afstand van 15 mm, zet de strip zo over de aansluitpennetjes dat deze in de gaatjes vallen en soldeert alles aan elkaar vast.
Nog ten laatste een al even belangrijke opmerking. De ene zekering op de print zit niet in de kring van de triac en de spot, maar beveiligt alleen de twee print-trafo's. Iedere dimmer-print moet extern gezekerd worden met een 16 A zekering.

AFREGELEN VAN DE SCHAKELING
Voor het afregelen van de schakeling heeft men een oscilloscoop, een regelbare voeding en een universeelmeter nodig. Denk er aan dat grote delen van de print of rechtstreeks of via een zeer lage impedantie met de fase van het net verbonden zijn en het dus levensgevaarlijk is de print ondoordacht aan te raken als zij met het net verbonden is! Sluit de 230 V van het net via een scheidingstrafo op de print aan, maar nog geen lamp. Meet of de gestabiliseerde spanningen gelijk zijn aan +15 V en -15 V. Deze spanningen kunnen aan de drie soldeerlipjes, opgesteld naast spoel L2, gemeten worden en staan daar overigens ook ter beschikking voor het voeden van de regel-schakeling(en).
Sluit een kanaal van de scoop aan op TP1 en het tweede kanaal op TP2. Verdraai potentiometer R8 tot beide spanningen precies in fase zijn, dus tot de beide sinussen op precies hetzelfde moment (dus plaats op het scherm) door de nul gaan. Onderstaande figuur geeft een idee hoe een en ander er na exacte afregeling moet uitzien. Uit deze foto blijkt overigens duidelijk hoe goed het filter zijn werk verricht. De toppen van de trafo-spanning (onderste beeld) zijn afgeplat door magnetische verzadiging van de kern. Deze grote vervorming (hogere harmonischen) wordt er zo goed als volledig uitgefilterd! De gefilterde sinus heeft een top-tot-top waarde van ongeveer 10 V.


Figuur 7: Afregelen - 1.

Verplaats een kanaal van de scoop naar TP3. Op de uitgang van IC5 moet een smalle positieve puls van ongeveer +14 V te aanschouwen zijn, die symmetrisch in de tijd verloopt rond de nuldoorgang van de sinus op TP2. De breedte van deze puls is ongeveer gelijk aan 0,8 ms. Zet de ingang van het tweede kanaal op TP4 en verdraai potentiometer R20 tot de gemodificeerde zaagtand een grootte heeft van 12 V. De basislijn moet gelijk vallen met de nul-as van het beeld, de vorm verloopt volgens een S-curve. De achterflank van de zaagtand moet ongeveer in het midden van de positieve sync-puls, nog steeds aangesloten op het andere kanaal, vallen.
Verplaats de meetprobe van TP4 naar TP5. De gemodificeerde zaagtand moet nu geïnverteerd zijn. Stel met potentiometer R25 de onderste top van het signaal gelijk met de nul-as van het beeld. Als alles goed is, moet nu het plaatje van onderstaande figuur op het scherm staan.


Figuur 8: Afregelen - 2.

Verplaats een van de scoop-ingangen naar TP6. Er mag geen signaal zichtbaar zijn. Sluit nu een regelbare voeding aan tussen de massa en de ingang van de print, negatieve aansluiting aan de massa. Verdraai de uitgangsspanning van deze voeding langzaam van 0 V tot +10 V. Er moet nu een positieve puls op het beeld verschijnen, waarvan de achterflank samenvalt met de voorflank van de syncpuls en de breedte toeneemt naarmate de ingangsspanning stijgt.
Regel de ingangsspanning op precies +10 V af en verdraai R28 tot de puls zijn maximale breedte heeft.
De schakeling is nu volledig afgeregeld en de goede werking kan nog even gecontroleerd worden door een willekeurig gloeilampje op de SPOT-uitgang aan te sluiten. De intensiteit moet stijgen als men de ingangsspanning van 0 tot +10 V opdraait.

HET GEBRUIK VAN DE DIMMER
In de meeste gevallen zal men slechts een print op een fase van het net kunnen aansluiten. Voor systemen waar behoefte bestaat aan meerdere zware spots moet men beroep doen op een drie-fase aansluiting en dan kan men drie printen volgens het schema van onderstaande figuur op dit net aansluiten.


Figuur 9: Gebruik van de dimmerprinten.

Deze drie printen kunnen bestuurd worden met een regelpaneel, waarbij de voeding daarvoor uit een van de drie dimmer-printen betrokken kan worden.

BELANGRIJKE OPMERKING!
De schakeling is rechtstreeks met de 230 V netspanning verbonden!
Alle punten hebben een zeer lage impedantie ten opzichte van het net!
Aanraken van de print kan dus levensgevaarlijk zijn!

EXTRA SERVICE: DOWN-LOADEN VAN HET PRINTONTWERP
U kunt het ontwerpje van de print van deze nabouwschakeling uit onze Internet-site down-loaden. Het ontwerp werd gescand met een resolutie van 600 dpi en staat ter beschikking als TIF-file, LZW-compressie.
Deze file kan in ieder grafisch programma geopend worden en geprint op transparante folie. Gebruik hiervoor bij voorkeur een inkjet-printer!
Druk het ontwerpje af met de afmetingen die hieronder staan vermeld!
Nadien kunt U met dit transparant een stukje foto-gevoelige printplaat belichten.

AFMETINGEN VAN DE PRINT
22,0 cm bij 12,5 cm
OMVANG VAN HET TIF-BESTAND
226 kB
DOWN-LOADEN?
Klik hier!

elektronica

Klik hier   ... en ga terug naar het begin van deze pagina
Klik hier   ... en ga terug naar de bouwbeschrijvingen van Vego
Klik hier   ... en ga terug naar het hoofd-menu van de Vego-site