elektronica Universele spanningsgestuurde versterker


LEUKE, HANDIGE, NUTTIGE EN GOEDKOPE ELEKTRONICA PRODUCTEN VAN VEGO
klik hier voor compleet overzicht

- Gebruikt OTA als regel-element
- Stuurspanning tussen 0 V en +5 V
- Ingangsimpedantie 100 kOhm
- Symmetrische voeding, geen scheidingscondensatoren
- Slechts 23 onderdelen

INLEIDING
Een spanningsgestuurde versterker is een versterker waarvan de versterkingsfactor wordt ingesteld door het aanleggen van een gelijkspanning op een stuuringang. In de vakliteratuur wordt een dergelijke schakeling meestal VCA genoemd, afkorting van 'Voltage Controled Amplifier'. Het zal duidelijk zijn dat zo'n schakeling een heleboel praktische toepassingen heeft, zowel voor de hobbyist als voor de professionele audio-elektronicus:

Afstandsbediening van een versterker:
Een voor de hand liggende toepassing is een vanuit de luie stoel bedienbare volume- en balansregeling voor een geluidsversterker.
Telefoon-'dimmer':
Een tweede handige toepassing is een drukknopje naast de telefoon, waarmee men het volume van de geluidsinstallatie op afstand kan laten dalen. Het komt er op neer de VCA tussen voor- en eindversterker te schakelen en de stuuringang via een lange kabel te sturen door middel van een gelijkspanning, bijvoorbeeld afkomstig van een platte 4,5 V-batterij.
Automatische microfoon-fader:
Een schakeling waarmee men een geluidssignaal automatisch wegregelt op het moment dat er in een microfoon wordt gesproken, zeer bruikbaar bij mengpanelen.
Tremolo en lesley:
Twee speciale geluidseffecten waarbij een geluidssignaal door middel van een zeer laagfrequente sinus in amplitude wordt gemoduleerd.
Automatische oversturingsregelingen:
Niet alleen bruikbaar bij bandopnames, maar bijvoorbeeld ook voor het tegenwoordig wettelijk verplicht begrenzen van het maximale uitgangsvermogen van geluidsweergevers.

DE OTA ALS HART VAN DE SCHAKELING
Een spanningsgestuurde versterker kan op verschillende manieren ontworpen worden. Een van de beste is gebruik te maken van een OTA, een 'Operational Transconductance Amplifier'. Een OTA is een speciaal soort operationele versterker, waarbij het spanningsverschil tussen beide ingangen niet in een uitgangsspanning wordt omgezet, maar in een uitgangsstroom. De grootte van deze stroom is, behalve van het genoemde spanningsverschil, ook nog eens afhankelijk van de 'geleidingsoverdracht' van de schakeling. Dat is een soort versterkingsfactor die bepaalt hoeveel stroom de OTA levert voor iedere mV spanningsverschil tussen de ingangen. Het interessante is nu dat men de grootte van deze 'geleidingsoverdracht' kan variëren door in een extra ingang, de zogenoemde IABC-ingang, een stroom te sturen.
Die afkorting 'ABC' staat voor 'Amplifier Bias Current' en het zal duidelijk zijn dat deze stuurstroom de basis kan zijn van het regelen van de versterking van een schakeling. De werking van een OTA kan dus door een enkele, zeer eenvoudige, formule worden gedefinieerd:
IUIT = A * IABC * DeltaUIN
Hierbij staat A voor een bepaalde constante factor en Delta uiteraard voor het kleine spanningsverschil tussen de beide ingangen.

HET BLOKSCHEMA VAN DE SCHAKELING
Het blokschema van de rond een OTA ontworpen spanningsgestuurde versterker is getekend in figuur 1. De ingangsspanning wordt aangeboden aan een buffer die zorgt voor de noodzakelijke hoge ingangsimpedantie en gaat vandaar naar de ingang van de OTA. Deze schakeling zet de ingangsspanning om in een uitgangsstroom.


Figuur 1: Het blokschema.

Omdat er in de praktijk steeds met signaalspanningen wordt gewerkt is het noodzakelijk deze stroom om te zetten in een spanning en vandaar dat de uitgang van de OTA wordt afgesloten met een stroom-naar-spanning omzetter. Uiteraard moet er een blok toegevoegd worden waarmee de stuurstroom voor de OTA wordt gegenereerd. Vandaar de spanningsgestuurde stroombron, waarin de stuurspanning van de schakeling, variërend tussen 0 V en +5 V, wordt omgezet in de stuurstroom IABC voor de OTA. De schakeling heeft twee instelpotentiometertjes. Met de ene wordt de offset van de schakeling afgeregeld en met de andere wordt de versterking van de volledige schakeling zo afgeregeld, dat bij het maximale stuursignaal van +5 V de versterking tussen in- en uitgang precies gelijk is aan de eenheid (0 dB).
Omdat uit de in de vorige paragraaf beschreven formule blijkt dat de uitgangsstroom van de OTA recht evenredig is met stuurstroom IABC, zal het wel zonder meer duidelijk zijn dat de spanningsversterking van de volledige schakeling recht evenredig is met de grootte van de stuurspanning. Komt een stuurspanning van +5 V overeen met een versterking van exact eenmaal, dan zal een stuurspanning van 2,5 V een spanningsversterking van 0,5 tot gevolg hebben. Dit lineaire verband tussen de stuurspanning en de versterking van de VCA is voor een aantal toepassingen zeer nuttig!

Interessante elektronica links
Klik hier ... Kattenschrikdraad installatie houdt katten in of uit uw tuin
Klik hier ... Boeken voor de elektronicus
Klik hier ... Software voor schema tekenen, print ontwerpen en simulatie
Klik hier ... Goedkope digitale oscilloscopen, via USB aan te sluiten op uw PC
Klik hier ... Goedkope meetapparatuur voor het testen van uw onderdelen
Klik hier ... Draadloze elektronica in uw huis
Klik hier ... Inbraakalarm van Marmitek en KlikAanKlikUit
Klik hier ... Bespaar energie met PowerSafer

HET PRAKTISCH SCHEMA
Het praktisch schema van de VCA is getekend in figuur 2. De eerste operationele versterker IC1 is geschakeld als buffer, heeft dus een spanningsversterking van 1 en is noodzakelijk omdat de OTA met een signaal van maximaal 10 mV mag worden gestuurd. Vandaar de spanningsdeler R2-R3 aan de uitgang van de buffer. Men kan zich de vraag stellen waarom er een buffer noodzakelijk is. Zonder de buffer zou de ingangsimpedantie van de schakeling worden bepaald door de 10 kOhm van R2 en dat is voor een aantal toepassingen veel te laag.


Figuur 2: Het praktisch schema.

Nu wordt de ingangsimpedantie vastgelegd op 100 kOhm door middel van weerstand R1 en dat is meer dan voldoende voor alle denkbare toepassingen.
Het verzwakte ingangssignaal wordt aangeboden aan de inverterende ingang van de OTA (IC2). Daar dit onderdeel geen interne offsetcompensatie heeft, moet deze schakeling extern aanwezig zijn. Dat gebeurt door een kleine instelbare gelijkspanning aan te bieden aan de niet-inverterende ingang van dit IC. Door middel van instelpotentiometer R4 wordt een instelspanning tussen -15 V en +15 V afgeleid van de voedingsspanningen van +15 V en -15 V. Nadien wordt deze spanning behoorlijk verzwakt door de spanningsdeler R5-R6 en de resterende mV's worden aangeboden aan de niet-inverterende ingang. De stroom-naar-spanning omzetter is gebouwd rond operationele versterker IC4. Dat is niets meer dan een inverterende versterker. De OTA heeft, als stroombron, een zeer hoge uitgangsimpedantie en deze impedantie vormt, samen met instelpotentiometer R12 en weerstand R18, de elementen die de versterking van de inverterende versterker bepalen.
De 180° fasedraaiing van deze trap telt zich op bij de 180° fasedraaiing van de OTA, zodat er tussen in- en uitgang een faseverschil van 360° optreedt. Met andere woorden: in- en uitgang zijn in fase, een bijkomend voordeel van deze schakeling.
De spanningsgestuurde stroombron is opgebouwd rond de operationele versterker IC3 en de transistor T1. De IABC-ingang van de OTA staat op een vrij constante spanning, die 0,7 V hoger is dan de negatieve voedingsspanning. De stuurstroom IABC vloeit vanuit de massa via weerstand R7 en transistor T1 naar de IABC-ingang. Hieruit volgt dat de grootte van de spanningsval over R7 een maat is voor de grootte van de stuurstroom. De operationele versterker zal er nu voor zorgen dat deze spanning UABC in absolute waarde gelijk wordt aan de stuurspanning. De weerstanden R8 en R11 vormen een spannings- deler tussen de stuuringang en de emitterweerstand R7. Beide weerstanden zijn even groot en zij worden doorlopen door slechts één stroom. Hun knooppunt gaat immers naar de ingang van de op-amp en deze heeft een zeer hoge ingangsimpedantie. Men kan bijgevolg besluiten dat de spanningsvallen over beide onderdelen even groot moeten zijn.
Maar er is meer: de niet-inverterende ingang van de operationele versterker ligt via weerstand R9 aan de massa. De spanning op deze ingang is 0 V. De op-amp zal er dus naar streven de spanning op zijn inverterende ingang ook gelijk aan 0 V te maken.
Alles op een rijtje zettend kan men dus besluiten dat er over weerstand R7 een spanning van -x V verschijnt als er aan de stuuringang een spanning van x V wordt aangelegd. Alleen dan zal het knooppunt van R8 en R11 immers op 0 V staan!
Deze negatieve spanning over R7 heeft tot gevolg dat stuurstroom IABC in de juiste richting via transistor T1 naar de stuuringang IABC van de OTA loopt. Als de stuurspanning 0 V is, dan zal ook de spanningsval over R7 0 V zijn en is IABC nul. De 'geleidings-overdracht' van de OTA is ook nul en de versterking van de totale schakeling eveneens. Is de stuurspanning gelijk aan +5 V, dan zal de -5 V over R7 een bepaalde maximale stroom in de IABC-ingang sturen. De 'geleidingsoverdracht' van de OTA is maximaal en door middel van het instellen van R12 kan men de versterking op exact 1 afregelen.

WEERSTANDEN
R1 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5% R2 10 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R3 100 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R4 25 kOhm instelpotentiometer, staand
R5 470 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R6 100 Ohm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R7 39 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R8 470 Ohm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R9 470 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R10 47 Ohm 1/4 W koolweerstand, 5 %
R11 470 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % R12 50 Ohm instelpotentiometer, staand
R13 27 kOhm 1/4 W koolweerstand, 5 % - - -
CONDENSATOREN
C1 100 nF MKH C2 100 nF MKH
C3 100 nF MKH C4 100 nF MKH
HALFGELEIDERS
T1 BC177 universele PNP-transistor IC1 CA3140E operationele versterker, DIL-8
IC2 CA3080E OTA IC3 CA741 operationele versterker, DIL-8
IC4 CA741 operationele versterker, DIL-8 - - -
DIVERSEN
4 IC-voetje 8 pennen 1 mini-moduul connector 16-polig

DE BOUW VAN DE SCHAKELING
De print voor deze schakeling is voorzien van een mini-moduul printconnector. De totale schakeling wordt een handig hanteerbaar geheel en kan met één handbeweging in een grotere basisprint worden opgenomen. De bestukking van het printje volgt uit figuur 3.


Figuur 3: De componenten opstelling.

HET AFREGELEN VAN DE SCHAKELING
Het afregelen is uiterst simpel. Verbindt het schakelingetje met twee symmetrische spanningen (tussen +/-10 en +/-15 V), leg een sinus van 1 kHz, 1 Veff aan op de ingang en sluit de stuuringang aan op een instelbare gelijkspanning tussen 0 V en +5 V. Zet deze spanning op 0 V en meet de gelijkspanning op de uitgang van de print. Met behulp van offset-instelpotentiometer R4 kan men deze op 0 V afregelen.
Zet nadien +5 V op de stuuringang. Meet met behulp van een wisselspanningsmeter de spanning op de ingang van de schakeling. Meet nadien de wisselspanning op de uitgang en regel R12 af tot deze gelijk is aan de ingangsspanning. Varieer nu de spanning op de stuuringang in stappen van 0,1 V. De uitgangsspanning van de schakeling moet nu in dezelfde mate afnemen.

TIP'S VOOR HET TOEPASSEN VAN DE VCA
Het bouwen van een VCA is één ding, er iets mee doen een ander! Vandaar dat deze beschrijving wordt afgesloten met een paar tip's. Het gaat dan met name hoe men de schakeling kan gebruiken in een automatische microfoon-fader en als hart van een tremolo/lesley-unit. Er worden géén volledig uitgewerkte schema's gegeven, de manier waarop men de VCA in deze toepassingen kan inzetten wordt alleen blokschematisch toegelicht.

AUTOMATISCHE MICROFOON-FADER
De bedoeling van een automatische microfoon-fader is dat een geluidsinstallatie die bijvoorbeeld een nummer van een CD aan het spelen is daar automatisch mee ophoudt als men in een microfoon spreekt. Dat is natuurlijk een handige voorziening voor iedere DJ, maar er zijn ook andere toepassingen te verzinnen, zoals bijvoorbeeld bij het inspreken van het commentaar bij een dia-reeks, waar de muziek naar de achtergrond moet verdwijnen als het commentaar wordt gesproken.
Het algemeen bruikbare blokschema van een automatische microfoon-fader is getekend in figuur 4.


Figuur 4: Een automatische microfoon fader.

De werking van het blokschema wordt toegelicht aan de hand van de spanningsgrafieken in figuur 5.
Het microfoonsignaal wordt eerst versterkt in een speciale ruisarme voorversterker en nadien met tussenschakeling van een volumepotentiometer (niet getekend) aangeboden aan één inverterende sommeerversterker, die als mengtrap dienst doet. De tweede ingang van deze versterker is verbonden met het uitgangssignaal van het muziekproducerende apparaat, maar tussen de ingang van de menger en de uitgang van dat apparaat is uiteraard de beschreven spanningsgestuurde versterker opgenomen.


Figuur 5: De spanningsvormen in de schakeling van figuur 4.

Deze schakeling moet uit de aard der zaak op de een of andere manier worden gestuurd uit het microfoonsignaal. Vandaar dat het versterkte signaal op de uitgang van de microfoonversterker wordt aangeboden aan een comparator.
In deze schakeling wordt de spanning vergeleken met een instelbare referentie van ongeveer 100 mV. De signaalpieken in de uitgang van de voorversterker zijn natuurlijk groter dan deze waarde en aan de uitgang van de comparator verschijnt, zoals getekend in grafiek UB, een soort van naaldpulsvormige spanning. Er doen zich echter een paar praktische tijdprobleempjes voor en de rest van de schakeling is noodzakelijk om daar een zo bruikbaar mogelijk compromis voor te vinden. Een stemsignaal is geheel anders van structuur dan het signaal van de meeste populaire muziek. Terwijl in dat tweede signaal nooit een echte pause voorkomt zullen er in het stemsignaal vrij vaak korte onderbrekingen optreden. Nu mag de schakeling uiteraard niet reageren op deze pauses! Er moet dus een vertraging worden ingebouwd, die deze onderbrekingen overbrugt. Vandaar dat de comparator wordt afgesloten met een 'pulsverlenger' en wat deze schakeling doet volgt uit het vergelijken van de signalen UB en UC. Op de eerste plaats vlakt de pulsverlenger de korte onderbrekingen tussen de comparatorpulsen (DeltaT) af, op de tweede plaats zorgt deze schakeling voor een continu stuursignaal voor de VCA tussen de stemonderbrekingen DeltaT.
Nu heeft het invoeren van deze tweede vertraging echter wel het vertraagd infaden van het muzieksignaal na het wegvallen van de stem tot gevolg. De elektronica kan immers niet van tevoren weten of een korte pause van één seconde in het spraaksignaal een adempause tussen twee woorden is of dat deze pause het einde van de gesproken mededeling inluidt. Dit heeft tot gevolg dat het systeem 'stil' blijft voor ongeveer 1 á 2 s en dat eerst dan het infaden van het muzieksignaal start. Dat blijkt in de praktijk best wel vervelend over te komen, men is nu eenmaal gewend aan het Hilversum 3 systeem, waarbij de muziek ook tijdens de spraak steeds op de achtergrond aanwezig blijft en er dus nooit een echte stilte voorkomt.
Dit niet op te lossen probleem kan enigszins worden gecompenseerd door ook bij deze schakeling de verzwakking van het muzieksignaal tijdens de spraak te beperken tot een 30 á 40 dB. Dat komt bovendien schakeltechnisch gezien erg goed uit, want het tot versterking gelijk aan 0 sturen van de VCA zou een tamelijk gecompliceerde schakeling eisen!
Het stuursignaal UC is nog niet geschikt om rechtstreeks de stuuringang van de spanningsgestuurde versterker te voeden. De versterking van deze schakeling is immers recht evenredig met het stuursignaal. 0 V komt overeen met een versterking gelijk aan 0 en +5 V staat voor versterking gelijk aan 1. Het signaal UC moet dus worden geïnverteerd en dat komt goed uit, want in deze extra 'pulsvormer' kan men instelpotentiometertjes opnemen waarmee de in- en uitregeltijden van de fader kunnen ingesteld worden. De uitgang van deze schakeling levert het signaal UE en zoals blijkt uit de grafiek van deze spanning heeft dit signaal de juiste vorm voor het aansturen van de VCA. Zonder microfoonsignaal is UE gelijk aan +5 V en het muzieksignaal doorloopt ongehinderd de spanningsgestuurde versterker.
Bij het verschijnen van een spraaksignaal daalt de stuurspanning met een instelbare tijdconstante tot ongeveer 300 mV (verzwakking van de VCA ongeveer gelijk aan 30 dB), na het verdwijnen van het microfoonsignaal zal de stuurspanning voor de VCA weer stijgen naar +5 V, dit uiteraard na de ingebouwde vertraging DeltaT.

DE VCA ALS BASIS VAN EEN TREMOLO/LESLEY-UNIT
Het tremolo-verschijnsel ontstaat door het volume van een geluidssignaal ritmisch in sterkte te variëren. Men zou het kunnen vergelijken met het effect dat ontstaat als men de volumepotentiometer van een versterker zeer snel en continu heen en weer verdraait. Het typische tremolo-effect ontstaat als men deze modulatie sinusoidaal uitvoert met een frequentie van rond de 5 Hz. Het tremolo-effect is een geluidsverschijnsel waar men van houdt of niet van houdt. Voor het opwekken van speciale geluidseffecten bij bepaalde soorten van muziek is het ideaal. Erg geschikt is elektronische orgelmuziek en het zeer progressieve genre. Ook kan men het effect op de menselijke stem toepassen, waardoor zeer vervreemdende effecten kunnen ontstaan.
Het lesley-effect is te vergelijken met tremolo. Het verschil is dat men bij lesley niet de volumepotentiometer, maar de balansknop van de versterker zeer snel heen en weer draait. Lesley is dus een ruimtelijk effect dat tot gevolg heeft dat het geluidssignaal zeer snel ritmisch heen en weer 'vliegt' tussen de twee luidsprekers van een stereo-installatie. Dit effect is het meest effectief als men de geluidssignalen moduleert met een frequentie van ongeveer 10 Hz.
Het blokschema van de schakeling is getekend in figuur 6. Ook nu wordt de werking van het blokschema toegelicht aan de hand van de signaalvormen die zijn samengevat in figuur 7.


Figuur 6: Het blokschema van de lesley/tremolo-unit.


Figuur 7: De spanningsvormen in de schakeling van figuur 6.

Een sinusoscillator, met instelbare frequentie (1 tot 10 Hz) en regelbare amplitude, levert een signaal dat symmetrisch verloopt ten opzichte van de massa. Daar de beschreven spanningsgestuurde versterker echter een stuursignaal tussen 0 en +5 V nodig heeft, moet dit symmetrische uitgangssignaal als het ware worden 'opgetild'. Vandaar de eerste inverterende sommeerversterker, waarin het sinussignaal wordt gemengd met een referentiespanning van -2,5 V.
Uit de grafieken van figuur 7 kan men het resultaat van deze rekenkundige bewerking afleiden: het signaal U2 verloopt nu tussen +5 V en massa. Voor het lesley-effect heeft men een tweede sinus nodig, die 180° in fase is gedraaid ten opzichte van het signaal U2, maar die echter ook rond een gemiddelde waarde van +2,5 V moet schommelen. Het is dus niet voldoende U2 te inverteren, want dan zou het signaal negatief worden en dat is zeer zeker niet de bedoeling. Vandaar de noodzaak van een tweede inverterende sommeerversterker, waar het uitgangssignaal van de eerste sommeerder wordt gemengd met een referentiespanning van -5 V. Hierdoor verloopt het signaal U3 weer tussen de grenzen die de VCA nodig heeft, namelijk +5 V en 0 V.
Beide signalen U2 en U3 zijn de stuursignalen voor de twee VCA's. Gebruikt men tremolo, dat worden beide VCA's gestuurd uit U2. Wil men lesley, dan volstaat het een van de VCA's te sturen uit signaal U3.

EXTRA SERVICE: DOWN-LOADEN VAN HET PRINTONTWERP
U kunt het ontwerpje van de print van deze nabouwschakeling uit onze Internet-site down-loaden. Het ontwerp werd gescand met een resolutie van 300 dpi e n staat ter beschikking als TIF-file, LZW-compressie.
Deze file kan in ieder grafisch programma geopend worden en geprint op transparante folie. Gebruik hiervoor bij voorkeur een inkjet-printer!
Druk het ontwerpje af met de afmetingen die hieronder staan vermeld!
Nadien kunt U met dit transparant een stukje foto-gevoelige printplaat belichten.

AFMETINGEN VAN DE PRINT
8,0 cm bij 4,0 cm
OMVANG VAN HET TIF-BESTAND
122 kB
DOWN-LOADEN?
Klik hier!

elektronica

Klik hier   ... en ga terug naar het begin van deze pagina
Klik hier   ... en ga terug naar de bouwbeschrijvingen van Vego
Klik hier   ... en ga terug naar het hoofd-menu van de Vego-site